Voor je begint
Hieronder vind je 3 korte schrijfoefeningen voor beginnende en ervaren (dagboek)schrijvers. Iedereen kan meedoen. Lees voordat je begint eerst de algemene aanwijzingen en de basistechniek van in “sprint” schrijven.
Algemeen
Dateer je teksten.
Begrens je schrijven: hou je aan het voorgestelde aantal minuten of regels tekst. Hou niet eerder op en schrijf niet langer door.
Bedenk dat alles wat je nu schrijft een momentopname is en aan verandering onderhevig.
Wees eerlijk.
In “sprint” schrijven
Hou je pen op papier en schrijf sneller dan je gewend bent.
Als het stokt, herhaal dan het laatste woord een paar keer, tot je weer een nieuwe associatie krijgt. Schrijf dan weer door.
Maak je geen zorgen over spelling of grammatica.
Ga niets corrigeren; accepteer alles als een ruwe versie.
1. Opstarten
Welke voorwerpen heb je vanochtend aangeraakt? Maak een lijstje van 10 items; in trefwoorden. Beschrijf daarna één van de voorwerpen in detail. Doe dat kort en in steekwoorden. Noteer: vorm, kleur, structuur (glad of ruw of anders), koud of warm, smaak, geur, geluid.
Schrijf daarna 3 minuten door in “sprint” over wat er bij dit voorwerp in je opkomt aan associaties of herinneringen.
2. Buiten
Ga naar buiten: naar je tuin, een park, je buurt, het station, een speeltuin. Observeer wat je ziet, hoort, voelt , ruikt en proeft. En noteer dat in korte aantekeningen en trefwoorden.
Schrijf daarna een of meerdere haïku’s over wat je het waargenomen.
Een Japanse haiku is een gedicht en gaat vaak over de natuur.
- Ze bestaat uit 3 regels en 17 lettergrepen.
- Op regel 1 komen 5 lettergrepen,
- Op regel 2 komen 7 lettergrepen
- Op regel 3 komen weer 5 lettergrepen
- Het hoeft niet te rijmen
3. Kleur
Maak een wandeling en zoek voorwerpen en teksten in de kleur blauw.
Schrijf bij thuiskomst (of onderweg op een bankje) 3 regels tekst over wat je ervaren hebt tijdens het wandelen en rondkijken.
Maak daarna een lijstje (in trefwoorden) van zoveel mogelijk blauwe voorwerpen en teksten die je bent tegen gekomen.
Kies één item uit je lijstje en schrijf daar 3 minuten over in sprint OF teken wat je zag.
Tot slot
Lees alle teksten die je schreef hardop en met aandacht voor aan jezelf.
Je kunt natuurlijk ook nog schrijven over de overgebleven items uit de lijstjes en oefening 3 doen voor een andere kleur. Veel plezier.