Algemeen
Dateer je teksten
Begrens je schrijven: hou je aan het voorgestelde aantal minuten of regels tekst. Hou niet eerder op en schrijf niet langer door.
Alles wat je nu schrijft is een momentopname en aan verandering onderhevig
Wees eerlijk
In “sprint” schrijven
Hou je pen op papier en schrijf sneller dan je gewend bent.
Als het stokt, herhaal dan het laatste woord een paar keer, tot je weer een nieuwe associatie krijgt . Schrijf dan weer door.
Maak je geen zorgen over spelling of grammatica.
Ga niets corrigeren; accepteer alles als een ruwe versie
1. Opstarten
Vul de volgende open zinnen aan. Schrijf het begin over en sprint dan 3 minuten per open zin. (doorschrijfoefening)
- Toen ik wakker werd ….
- Aan het ontbijt ….
- Vandaag ga ik ….
- Wat ik vandaag nodig heb ….
Lees de teksten die je schreef met aandacht hardop aan jezelf voor.
2. Schrijven
Vul de volgende open zinnen aan. Schrijf het begin over en sprint dan 3 minuten per open zin. (doorschrijfoefening)
- Vroeger schreef ik ….
- Nu schrijf ik ….
- Een dagboek is voor mij …
Lees de teksten die je schreef met aandacht hardop aan jezelf voor.
3. Ruimte
Beschrijf je favoriete plek om te schrijven in detail. Hoe ziet je plek er uit? Wat hoor je? Wat is er zo fijn aan deze plek? Schrijf hierover 5 minuten in sprint.
Geef je tekst een titel.
Lees de teksten die je schreef met aandacht hardop aan jezelf voor.
4. Tijd maken
Wanneer zou je tijd kunnen maken om te schrijven? Maak een lijstje van 10 mogelijkheden om 5 tot 10 minuten te kunnen schrijven. Gebruik trefwoorden.
Lees je lijstje door en kies 1 mogelijkheid uit. Sprint hierover 3 regels.
Kijk of je vandaag of morgen op dat tijdstip kunt schrijven.
Herhaal daarbij oefening 1.